Vertrouwen
Wanneer je gebruik je eigenlijk het woord vertrouwen? Wat betekent het?
Je gebruikt het wanneer jij iets nodig hebt van de ander en je er geen invloed op hebt. Denk aan het gebruik maken van een dienst die een ander je geeft en je mag ontvangen zonder een tegenprestatie. Of bij het vertellen van een geheim dat je vertrouwt dat de ander hier ook zorgvuldig mee omgaat en het voor zichzelf houdt. Een advies van iemand aannemen omdat je erop vertrouwt.
Als leerling in de klas vertrouwde ik erop dat de leraar ons als klas de informatie gaf die we nodig hadden voor het examen. Als ik de lesstof leerde, vertrouwde ik erop dat het voldoende zou zijn voor het examen. Als blijkt dat de lesstof ontoereikend is geweest zouden we met elkaar in gesprek moeten gaan om te kijken waar de gemiste kansen liggen. In zo’n gesprek kan dan helder worden of de juiste informatie beschikbaar is geweest. Als het beschikbaar is geweest kunnen we met elkaar de conclusie trekken dat we ons best hadden gedaan in de samenwerking rondom het geven en ontvangen van informatie
Zo is het ook met God die onze beste leraar is. Paulus zag God als iemand die hij volledig kon vertrouwen, met dit vertrouwen liet Paulus zijn eigen overdracht aan kennis ondergeschikt aan wat God bij de ander aan het doen is. Hij voelde zich verbonden met hen, maar wist dat zijn verantwoordelijkheid in het bereiken van de ander beperkt is. Hij vertrouwde erop dat God hen verder zou onderwijzen. Hoewel Paulus een leraar was, gaf hij zijn vertrouwen in het onderwijs voor zijn broeders aan God. Hiermee erkende hij een middel te zijn in het onderwijs.
Hoe mooi is dat? Jij bent niet meer eindverantwoordelijk om iemand iets bij te brengen. Jij mag je verbonden weten met de ander in gebed. Vader in de hemel, dank U wel dat u de volmaakte leraar bent en dat u mijn (…) vormt, zodat ik vrucht draag tot uw eer. Ik vertrouw u mijn (…) toe.
Filippenzen 1: 6
Ik vertrouw erop dat hij die in u een goed werk begonnen is dat zal voltooien op de dag van Jezus Christus.